LET OP
!
• De verbindingskabel die is aangesloten op de
binnenunit en buitenunit, moet voldoen aan
de volgende specificaties (Rubber insolatie,
type H0 5RN-F goedgekeurd door HAR of
SAA).
Nominale stroom van
het apparaat A.
dwarsdoorsnede mm
≤
0.2
≤
> 0.2
En
3
≤
> 3
En
6
≤
> 6
En
10
≤ 1
> 10
En
6
≤
> 16
En
25
≤
> 25
En
32
≤
> 32
En
40
≤
> 40
En
63
OPMERKING Bij netsnoeren die worden
geleverd met meerfasige apparaten is het
nominale oppervlak van de geleiders in
dwarsdoorsnede gebaseerd op het maximale
oppervlak van dwarsdoorsnede van de
geleiders per fase bij de netsnoeraansluiting
op de aansluitklemmen van het apparaat.
• Als het stroomsnoer beschadigd is, moet het
worden vervangen voor een speciaal snoer
of assemblage die leverbaar is door de
fabrikant of zijn servicevertegenwoordiger.
NORMALE
DWARSDOORSNEDE
Minimale
2
Vergulden draad
0.5
0.75
1.0 (0.75)
1.5 (1.0)
2.5
4
6
10
INSTALLATIE VAN DE BINNENUNIT
LET OP
!
- Het schakelschema kan zonder voorafgaande
kennisgeving worden gewijzigd.
- De aardingsdraad moet langer zijn dan
gewone draden.
- Voor de installatie, zie het schakelschema op
de chassiscoverkapping.
- Sluit de draden stevig aan zodat ze er niet
gemakkelijk uit getrokken kunnen worden.
- Sluit de draden aan volgens de kleurcodes,
verwijzend naar het bedradingsschema.
47