reinigen, anders dan die worden aanbevolen door de fabrikant.
• Doorboor of verband het koelcircuit niet.
• Wees u ervan bewust dat koudemiddelen mogelijk geurloos zijn.
• Houd ventilatieopeningen vrij van obstakels.
• Het apparaat moet in een goed geventileerde ruimte worden geplaatst
waar de grootte van de ruimte overeen komt met de specificatie voor
het gebruik. (voor R32)
• Koelmiddelleidingen moeten beschermd of weggewerkt worden om
beschadiging te voorkomen.
• Flexibele koelmiddel aansluitingen (zoals verbindingslijnen tussen het
binnen- en buitendeel) dat tijdens normaal gebruik kan worden
verplaatst, moeten worden beschermd tegen mechanische
beschadiging.
• Een gesoldeerde, gelaste of mechanische verbinding moet worden
gemaakt voordat de kleppen worden geopend, zodat het koelmiddel
tussen de onderdelen van het koelsysteem kan lopen.
• Mechanische verbindingen moeten toegankelijk zijn voor
onderhoudsdoeleinden.
• Tijdens onderhoudswerken en het vervangen van onderdelen moet het
apparaat worden losgekoppeld van de stroombron.
• Het apparaat moet worden geïnstalleerd in overeenstemming met de
nationale bedradingsvoorschriften.
Gebruik
• Sluit op de afvoer van het product geen andere apparaten aan.
- Door warmteontwikkeling kan er een elektrische schok of brand
ontstaan.
• Gebruik nooit een beschadigde stroomkabel.
- Anders kan dit brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Verander of verleng de stroomkabel niet.
- Anders kan dit brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Trek niet aan de stroomkabel wanneer de air conditioner in werking is.
- Anders kan dit brand of een elektrische schok veroorzaken.
• Trek de stroomkabel onmiddellijk uit het stopcontact als u vreemde
geluiden, een vreemde geur of rook uit de unit komt.
- Anders kan dit een elektrische schok of brand veroorzaken.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
7