5.2.5 AAN/UIT-schakelen
▶ Steek de stekker van het toestel in de contactdoos.
▶ Druk op
om het toestel in te schakelen.
Het toestel begint te werken in dezelfde modus en met dezelfde
instellingen als waarbij deze eerder was uitgeschakeld.
▶ Druk op
om het toestel in stand-by te zetten.
Het display gaat uit.
Opmerking:
•
Laat voor optimale prestaties van het toestel een deur/
raam iets openstaan (circa 1 cm) om goede ventilatie te
waarborgen.
•
Houd gordijnen op afstand van de luchtinlaat of luchtuit-
laat.
•
Schakel de airconditioner nooit uit door de stekker uit de
contactdoos te trekken. Druk op de toets om uw airconditi-
oner in stand-by te zetten en wacht een paar minuten voor-
dat de stekker wordt losgetrokken. Op deze manier kan het
toestel de bedrijfsstatuscontroles uitvoeren. Wanneer u de
airconditioner uitschakelt en direct weer start, duurt het
vier minuten voordat de compressor weer begint met koe-
len. In het toestel houdt een elektronische regeling de com-
pressor gedurende vier minuten uitgeschakeld uit
veiligheidsoverwegingen.
Auto herstart
Wanneer het toestel onverwacht uitschakelt vanwege een on-
derbreking in de voedingsspanning, zal het automatisch her-
starten met de daarvoor gebruikte functie wanneer de
voedingsspanning terugkeert. De compressor zal na vier minu-
ten herstarten.
5.2.6 Smart cool select-modi
Het toestel heeft drie geautomatiseerde klimatiseringsmodi
(Auto, Stille en Slaap modus).
Auto-modus
•
In auto-modus regelt het toestel automatisch en stelt het
koelvermogen in conform de gewenste (ingestelde) tempe-
ratuur en de omgevingsomstandigheden.
•
Voor het kiezen van de auto-modus, druk op de toets
Het display toont de temperatuur die moet worden bereikt.
Voor het veranderen van de gewenste temperatuur, druk op
de toets
of
.
•
In deze modus, moet de luchtuitlaatslang worden gebruikt
om de warme lucht af te voeren.
Cool 4000 – 6721858458 (2023/04)
Stille modus
•
In stille modus werkt het toestel stil op het zo laag mogelijke
geluidsniveau en stelt daarbij automatisch het koelvermo-
gen in conform de gewenste (ingestelde) temperatuur en
de omgevingsomstandigheden.
•
Voor het kiezen van de stille modus, druk op de toets
Het display toont de temperatuur die moet worden bereikt.
Voor het veranderen van de gewenste temperatuur, druk op
de toets
of
•
In deze modus, moet de luchtuitlaatslang worden gebruikt
om de warme lucht af te voeren.
Slaapmodus
•
De slaapmodus zorgt voor een ongestoorde en comfortabe-
le nachtrust. Het toestel werkt stil in een speciaal slaappro-
gramma en de lampjes van het bedieningspaneel worden
5 seconden nadat de modus is geselecteerd uitgeschakeld.
•
Voor het kiezen van de slaapmodus, druk op de toets
Het display toont de temperatuur die moet worden bereikt.
Voor het veranderen van de gewenste temperatuur, druk op
de toets
of
•
Nadat de slaapmodus is ingeschakeld, wordt de gewenste
(geselecteerde) temperatuur 60 minuten nadat de modus
is geselecteerd verhoogd met 1 °C en nogmaals met 1 °C na
60 minuten. Deze nieuwe temperatuur wordt automatisch
vastgehouden gedurende 6 uur voordat het terugkeert naar
de origineel ingestelde temperatuur in auto-modus.
•
In deze modus, moet de uitlaatslang worden gebruikt om de
warme lucht af te voeren.
5.2.7 Standaard modi
Klimatiseringsmodus
Deze modus is ideaal geschikt voor warm en vochtig weer wan-
neer de ruimte moet worden gekoeld.
•
In de klimatiseringsmodus, kunnen de gewenste tempera-
tuur en het ventilatortoerental worden ingesteld.
•
Voor het correct instellen van deze modus, druk herhaalde-
lijk op de toets
display toont de temperatuur die moet worden bereikt.
Voor het veranderen van de gewenste temperatuur, druk op
de toets
of
tilatortoerental, druk herhaaldelijk op de toets
schikbare luchtstromen zijn:
– Minimale luchtstroom: voor stil bedrijf
– Gemiddelde luchtstroom: voor een goede balans tus-
sen geluid en koelprestaties
.
– Maximale luchtstroom: voor maximale koelprestaties
en snelle afkoeling
•
In deze modus, moet de uitlaatslang worden gebruikt om de
warme lucht af te voeren.
.
.
tot COOL op het display verschijnt. Het
. Voor het instellen van het gewenste ven-
Bediening
.
.
. De be-
187