4.
De pomp functioneert met
laag
debiet
en
opvoerhoogte.
E.
De starter is slecht afgestel
F.
De elektropomp is geblokkeerd in een scheve put,
waardoor de stroomopname een abnormale waarde
vertoont.
G.
Geleiders in de starter onderbroken.
H.
De kabel, de kabelverbinding, de motorwikkeling
kunnen geaard, kortgesloten of onderbroken zijn.
A.
De draairichting van de motor is onjuist.
lage
B.
Er komt water naar buiten uit de persleidingen, flens
of verbindingen zitten niet goed vast.
C.
Spanning lager dan de nominale waarde,
stroomopname hoger dan normaal.
D.
Rooster verstopt door materiaal dat in de put
aanwezig is.
E.
Rotoren en diffusoren versleten door zand.
F.
Manometrische opvoerhoogte onjuist berekend.
NEDERLANDS
39
E.
Als de ampèremeter een normale stroom laat
zien en de starter wordt ook na herhaalde
aanpassingen van het relais geactiveerd,
vervang dan het overbelastingsrelais.
F.
Breng de eenheid in juiste positie en laat hem
opnieuw starten.
G.
Zie punt 2.C
H.
Zie punt 2.B
A.
Verwissel de verbindingen van de twee
voedingslijnen.
B.
Haal de pomp weg en controleer de
persleiding.
C.
Controleer de spanningswaarde. Gebruik een
voedingslijn met grotere diameter.
D.
Maak de pomp schoon.
E.
Controleer
en
vervang
onderdelen.
F.
Controleer de berekeningen opnieuw en
vervang de eenheid door een geschiktere
eenheid.
de
versleten