Afb. 9 Materiaallussen
9a vrij positioneerbaar
9b Opbergplaats voor verbindingsmiddelen volgens
EN 354, EN 355
9c Gaan los bij een last van meer dan 5 kg
Afb. 7 Na aanpassing en voorafgaand aan het ge-
bruik van de gordel moet een hangtest van ten
minste 5 minuten worden uitgevoerd in de beoogde
toepassing. De gordel moet comfortabel zitten bij
het dragen. De juiste maat en afstelling vooropge-
steld, mag in de hangtest geen belemmering van de
ademhaling en/of pijn optreden (Afb. 12 Maattabel).
Bij het dragen van de gordel moeten beslagdelen
worden vermeden in het genitale gebied en onder de
oksels. Het vrij hangen in de gordel mag geen over-
matige holle rug, overstrekken of druk op de genita-
liën, lenden en oksels veroorzaken. Bij vrouwen
moeten de lymfevaten van de borst zo goed mogelijk
ontlast zijn.
Aanslagpunten
Om grote belastingen en kringelen bij een val te ver-
mijden, moeten de aanslagpunten voor de zekering
altijd zo mogelijk loodrecht boven de te zekeren
persoon liggen. Het verbindingsmiddel/aanslagin-
richting van het aanslagpunt naar de te zekeren
persoon moet altijd zo strak mogelijk worden gehou-
den.
Slappe touwverbindingen moeten worden verme-
den!
Het aanslagpunt moet zo opgesteld zijn dat bij het
vastzetten van de PBM (Persoonlijke beschermings-
middelen tegen vallen) geen sterkteverminderende
invloeden kunnen optreden en dat die tijdens het
gebruik niet beschadigd wordt. Scherpe randen,
kammen en afklemmingen kunnen de vastheid sterk
beïnvloeden, eventueel moeten deze door geschikte
hulpmiddelen worden afgedekt.
Het aanslagpunt en de verankering moeten bestand
zijn tegen de in de meest ongunstige gevallen te ver-
wachten belastingen. Ook bij het gebruik van scho-
kabsorbers (volgens EN 355) moeten de aanslagpun-
ten voor opvangkrachten van 12 kN worden gedi-
mensioneerd, zie ook EN 795.
Bij het gebruik van een verbindingsmiddel (op-
vangsysteem) moet erop worden gelet, dat het ver-
bindingsmiddel een maximale totale lengte van 2,0
m inclusief valbreker en verbindingselement niet
mag overschrijden.
VEILIGHEIDSAANWIJZINGEN
Bij de combinatie van dit product met andere
bestanddelen bestaat het gevaar dat de gebruiks-
veiligheid van de tegenpartij wordt verminderd.
Wordt dit product in verbinding met andere
bestanddelen van een reddings-/opvangsysteem
gebruikt, moet de gebruiker zich voor het gebruik
informeren over de bijgevoegde aanbevelingen,
opmerkingen en instructies van deze bestanddelen
en zich hieraan houden.
Het gebruik mag principieel alleen plaats hebben
in verbinding met onderdelen met CE-kenmerk van
de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) ter
bescherming tegen vallen uit een hoogte.
Als originele onderdelen van het product worden
veranderd of verwijderd, kunnen de veiligheid-
seigenschappen daardoor wor-den beperkt. De
uitrusting mag op geen enkele manier, die niet door
de fabrikant schriftelijk is aanbevolen, worden ver-
anderd of voor het monteren van extra onderdelen
worden aangepast.
Voor en na het gebruik dient het product op even-
tuele bescha-digingen te worden gecontroleerd, de
bruikbare toestand en het juist functioneren moet
worden gegarandeerd. Het product moet onmid-
dellijk worden uitgesorteerd als met betrekking